Wednesday, April 18, 2007

Tom

Een verhaaltje dat ik met ayolt geschreven heb. Ehm. Nee, ik ga geen toelichting geven, lees maar gewoon.
Op een dag kwam kleine Tom uit de kartonnen doos gekropen. Wat was de wereld groot. Hij wankelde op zijn pootjes en keek dommig in het rond. Al snel voelde hij mama's staart om zich heen en zorgvuldig plaatste ze hem tussen de andere jonge poesjes: Piep zijn zusje, en zijn broertjes Knevel en Sneef. Hij lag de hele dag in het nest, maar vond dat nogal saai. Tom zat te wachten op het moment dat zijn moeder en zijn broertjes en zusje zouden slapen, dan ging hij weg. Het duurde een aantal uur, maar toen sliepen ze toch echt. Tom kroop zachtjes uit de doos waarin ze sliepen en hij begon richting het geluid te lopen. Hard geluid kwam er vanuit het einde van het steegje, dus daar ging Tom heen. Nog steeds niet helemaal stevig op z'n pootjes, maar begeleid door zijn nieuwsgierigheid liep hij met een stevig tempo naar het lawaai. Op een gegeven moment stopte hij opeens met lopen... daar was het dan... de grote stad. Voor ons een erg normaal iets, maar Tom had nog nooit zoiets gezien. De beweging, de lichten, de geluiden, het maakte Tom gek, maar ook erg blij. Hij had terug kunnen gaan, maar besloot door te lopen. langs de gebouwen, proberend niet geplet te worden door de mensenmassa. Rustig om zich heen kijkend en af en toe een moment van rust... Tom keek zijn ogen uit. Tom ging voortaan elke avond. Af en toe moest hij een avond overslaan omdat zijn familie onrustig sliep, zo'n risico kon hij niet nemen natuurlijk. Overdag zat hij in de luie stoel in de kamer. Meneer Meijer bromde af en toe dat hij op moest sodemieteren en dat het zijn stoel was. Maar over het algemeen was het goed te doen. Hij klooide wat aan met de bol wol van mevrouw Meijer en keek naar de kringen rook die meneer Meijer uitblies als hij sigaren rookte. Tom ging rond de middag op de vensterbank zitten. Langs de straat liepen mensen en af en toe kwam de schillenboer langs. Aan de overkant verkocht de bakker zijn broden voor 40 cent, de prijs was elke dag wel anders. Dan weer laag en dan weer hoog, hoewel het de laatste tijd toch vrij stabiel gebleven was Tom zag wat dames met paraplu's en honden voorbij gaan en af en toe een koets met deftige dames erin die gingen natuurlijk naar de stad dacht Tom en dan werd hij zenuwachtig. Hij keek uit naar de avond, zodat hij ook, net als de deftige dames naar de stad kon gaan en kon luisteren naar de jazz en de vreemde hoeden en jurken kon bewonderen maar op een dag kon hij niet wachten tot de avond. Mevrouw en meneer Meijer waren het huis uit en zijn moeder was zijn broertjes en zusjes aan het wassen. Tom dacht: “Ik ga nu, ik wil niet meer wachten!” Hij sloop naar de deur, sprong door het kattenluik en weg was hij! De stad was snel bereikt, maar het was overdag nog drukker dan 's avonds. Tom vond het niet meer zo leuk als eerst, nu was hij bang. De mensen waren met nog meer, ze liepen nog sneller, auto's keken nog slechter uit en zo nu en dan liep er zelfs een hond langs. Tom ging achter een vuilnisbak zitten, even tot rust komen, en toen gebeurde het... een klein meisje, met lang oranje haar, sproeten op haar wangen en een grote glimlach pakte Tom op. "Wat doe jij hier kleine katje? Ben je hier helemaal alleen?" vroeg het meisje... Tom knikte zachtjes met zijn hoofd, waarop het meisje zei "aaaah gossie, kom jij maar lekker met mij mee naar huis!" Het meisje liep, met Tom in haar armen, snel naar huis. Een hoog gebouw, heel veel trappen op, een klein kamertje... ze legde Tom in de vensterbank en hij zag hele andere dingen dan hij thuis altijd zag door het raam. Ohnee! dacht Tom, wat moet ik? Hoe kom ik naar huis. Aan de ene kant vond hij het niet erg hij keek zijn ogen uit in het huis de hele nacht zat hij aan het raam geplakt en keek met grote ogen naar de mensen op de stoep en karren met paarden de volgende ochtend werd hij wakker voor het raam de hete zon kietelde zijn vachtje. Hij deed zijn oogjes open keek om zich heen. “Goedemorgen!” zei het meisje blij en ze glimlachte naar hem. Snel zette ze hem een bakje melk voor, gulzig dronk hij het leeg en ging op de bank liggen. Tom begon te wennen aan het leventje in het huis van het kleine meisje. Iedere ochtend een bakje melk, een vaste plek in de vensterbank, altijd veel aandacht, wat een lekker leven. Soms als het meisje brood ging halen mocht Tom mee. Op deze manier kwam Tom in de stad, maar hoefde hij niet bang te zijn, hij mocht namelijk in de armen van het meisje. Hij zag alles, hoorde alles, rook alles, maar niks kon hem overkomen. Hij had het voor elkaar, niks kon dit leven verstoren, tot die ene dag. Tom lag lekker te slapen om de bank en opeens kwam het meisje binnen. Zze huilde heel hard, gooide haar tas op de grond en rende naar haar kamer. Tom was bezorgd en werd wakker. Hij keek om zich heen en opeens zag hij een poster liggen op de grond. Het was een poster met daarop een foto van een kat. Tom stond op en kroop er heen. Er stond een foto van een kat op, een kat die op hem leek. Daarbij stond de tekst VERMIST... het drong heel langzaam tot Tom door: “Ik hoor hier niet.” dacht Tom. Hij ging rustig in de vensterbank zitten en keek naar beneden de straat op. Elke vuilnisbak, brievenbus en lantaarnpaal had een poster, met op elke poster zijn foto."Wat moet ik nou doen?" dacht Tom... de hele dag lag hij verlept voor de vensterbank en staarde voor zich uit dacht aan zijn broertjes en zijn zusje en zijn mama. Die avond besloot hij weg te gaan, hij klom door een open raam naar buiten jeetje wat was dat hoog! Hij kroop voorzichtig over een randje naar een balkon van de woning naast hem en kroop daar naar binnen door het kattenluik. Eenmaal binnen zocht hij de deur naar het trappenhuis, mooi niet dat hij ging klimmen hij ging tree voor tree naar beneden, 7 trappen minstens en wat waren de treden hoog. Hij wachtte bij de deur tot iemand die voor hem open zou doen en al gauw kwam een oude man naar beneden gestrompeld, in zijn badjas kwam hij zijn post halen, hij had zijn kop koffie nog in de hand nadrukkelijk ging Tom dichterbij de deur zitten en zette grote ogen op “Och gut”, zei de man “ga snel naar buiten voor je hier de hele boel onderschijt”. Tom sprong de deur uit, rende dwars over de stoep en stak zomaar over. Tom zag twee grote lichten. En daarna niets meer.